Austerterp

Austerterp

Op hoeveel terpen lag het oude Leeuwarden eigenlijk?

De mensen uit de omgeving noemden de nederzetting Ljouwert, wat op een enkele nederzetting zal duiden. Die naam moet welhaast door “Landrotten” zijn gegeven, die van hun woonst gekomen, van welke kant ze ook kwamen, tegen een terp op moesten gaan, lopen of rijden. Als ze dan aan de centrale gracht, toen de Eewal nog de levensader was, zagen ze de terp aan de andere kant als een verlengstuk van de bult waarop ze op dat moment stonden. Dat gold voor de van het noorden binnengekomenen evenzeer als degenen die vanuit het zuiden de stad binnengekomen waren. Wie evenwel van “zee” binnenkwam, zag dat hij met zijn vaartuig tussen 2 wallen, dus twee terpen door voer. Overigens schijnt het dat die zee wel drie- tot vierhondert jaar langer heeft bestaan dan Rienks en Walther ons willen doen geloven. (Zie mijn recente uitgave Middelzee.) De naam Leeuwarden is de naam van de zeevaarders en de handelaars voor wie de stad blijkbaar belangrijker was dan voor de boeren, omdat die naam die op de tweeledigheid het in de officiële naamgeving heeft gewonnen van de boeren. Een vroege nederlaag die niet in de de boeken terecht is gekomen.

Maar er is nog een derde terp, die door de historici nauwelijks in het licht wordt gebracht, hoewel de naam wel voorkomt in de oorkonden van 1437 die de eenwording van de stad bezegelen. Merkwaardig, want de stad was al één. In feite gaan die oorkonden ook over de uitbreiding van de stad aan de oostkant. Namelijk de kant van Austerterp, (daar is de naam dan!) het gebied ten oosten van de stad,waar in het noorden een van de versterkte huizen van de Cammingha’s stond en van Hoek, daar weer ten noorden van. Ik volg nu maar even de gebruikelijke uitleg van de aktes. Maar hoe belangrijk waren de Cammingha’s en welk belang ging er van Aausterterp uit en hoe overbrugde men de afstand van de Tuinen naar toch – op zijn minst – de Korfmakers straat, of iets verder de Ciprianus steeg? Er wordt in die akten van dat jaar niet overgesproken of daar iets was, waaruit dan de vraag volgt hoever strekte de Austerterp zich uit?

Daar valt ook vandaag nog wel iets over te zeggen. Tegenwoordig kom ik dagelijks in het straatje over en achter die terp. Na een half jaar heb ik die observaties maar eens naast elkaar gezegd. Het straatje achter de terp heet Heerestraat. Van wie of welke heer is niet duidelijk, tenzij we de diepere en niet bevestigde geschiedenis er bij nemen. Hier zouden de Unia’s gewoond hebben waarvan de stins al voor 1400 al voor 1400 bij een oploop, zeg beleg of oorlogje tussen twee of meerdere heerschappen is vernietigd. Mijn observatie is dat de Heerestraat oploopt vanaf de Korfmakerstraat tot halverwege de Heerestraat, tot huisnummer 13. Daarna daalt de bestrating weer af naar de Oude Oosterstraat. De aansluiting Heerestraat – Oosterstraat is planologisch ook niet zo perfect, alsof er op zeker moment een doorbraak is gemaakt of uitgespaard in een al eerder aangevangen bouw aan de Oude Oosterstraat.

De belangrijkst observatie is evenwel, dat de drie huizen met de nummers 15, 13 en 11 nogal hoge stoepen hebben. De deuren liggen 50 à 60 cm hoger dan het straatniveau. In andere gevallen – zie A. Jager Aed Lewert – zitten onder die huizen kelders. Daar valt hier niets van te merken. Vanaf het straat- of liever trottoirniveaeu zijn de gevels recht opgemetseld zonder een spoor van een kelderverdieping. Onder het vloerniveau moet zich dan gewoon grond bevinden. Dat kan de originele hoogte van de Austerterp zijn. Bij de putdeksel meting van Schuur, in Leeuwarden voor 1435 opgeteld, doet de hoogte van deze derde terp weinig onder voor de hoogte van de terpen ter weerszijden van de Eewal. De terp van Oldehove is echt wel iets lager, om de vierde terp van de stad ook maar even te noemen.

Wat betreft de hoogte is de Austerterp de derde van de stad. De oppervlakte is echter maar gering. Die strekte zich van de Groentemark (oostzijde) tot de Heerestraat en van de Oosterstraat tot aan de Cyprianus steeg uit en dan is die laatste grens waarschijnlijk nog iets te ruim geschat. Het heeft er alle kans van dat de Austerterp in zijn eerste opzet een kersberg of, ander woord, een stinswier is geweest. Moet ik nog refereren aan de vernietigde Unia Stins? Door de stinswier af te vlakken is deze later bouwrijp gemaakt en misschien iets uitgebreid. Vanwege de hoge stoepen neem ik ook aan dat de Herestraat hier van een steile helling ontdaan is, voor het meerdere gemak van sleden en wagens van en naar de nieuwe bewoners van de terp. Mijn observatie gaat ook nog even naar de gevelwand van het Provinciehuis aan de overzijde van de Heerestraat. Daar is een kelder gemaakt, waar ook in de grond weggeraakte objekten zijn gevonden. Of het ook een heus archeologisch onderzoek is geweest is me niet bekend. Het lijkt er wel op dat zich hier de delling of een lager niveau van de terp heeft bevonden. Over de rol van de Cammingha’s valt in verband met de Austerterp weinig te zeggen. Zij hadden hier geen zeggenschap. In verband met de oostelijke uitleg van de stad in 1437 zou ik daar nog wel eens nader over willen denken. Maar dat is een zaak voor een latere aflevering.